13. mei, 2017

Zooooooh! Dat ruikt lekker!

Gisterenavond nadat ik tegen de receptioniste had gezegd dat het koud was werd ik even later verrast met een kruik die ze netjes in mijn bed stopte. Toen ik later naar bed ging bleek dat er ook een elektrische deken aanstond. Ze zijn wel erg zorgzaam hoor. Lekker geslapen en daarna zijn ze met me meegelopen naar het restaurant om te ontbijten.
Kreeg ik toch warempel een Europees ontbijt voorgeschoteld en laat ik daar nu helemaal geen zin in hebben. Ik wil gewoon rijst. Gevraagd of ik morgenochtend een local ontbijt kan krijgen. Ze zijn wel een paar keer komen vragen of het niet goed was. Ja hoor heb ik gezegd, het is prima maar wil graag dat eten wat de bevolking ook eet. Toen ik terugkwam van het ontbijt stond de gids al op me te wachten. Allereerst zijn we naar de Monastery Sumtaling in de bergen gereden. Is gebouwd in dezelfde stijl als het Potala Paleis in Lhasa en wordt daarom ook wel Little Potala Palace genoemd. Er wonen nog zo’n 600 boeddhisten en die leven in de tegen de heuvel aangebouwde huisjes. Het ziet er uit als een verzameling kastelen met vergulde daken. Op de wanden zijn in fresco’s hele verhalen uitgebeeld. Weer heel anders dan alle tempels die ik hiervoor heb gezien. Deze zijn soberder maar wel kleurrijker. De lokale bevolking hier zijn allemaal Tibetanen en hebben niet zoveel op met China, dat laten ze dan ook goed merken. Shangri-La ligt op een hoogte van 3300 meter en dat heb ik met het beklimmen van de trappen naar het klooster goed kunnen merken. Had absoluut geen adem. Maar goed ook die hobbel weer genomen. Jammer dat je in het klooster zelf geen foto’s mag maken. Heb er wel stiekem een paar gemaakt maar die zijn niet helemaal duidelijk. Toen we langs een ruimte kwamen waar duidelijk werd gekookt zei ik: dat ruikt lekker. De monnik die in de deur stond vroeg aan mijn gids wat ik had gezegd dus hij vertelde het. Hij zei dat hij voor 6 monniken de lunch aan het klaarmaken was. Dus ik gelijk: oh mag ik eens kijken. Hij twijfelde even maar nodigde me toen toch uit om binnen te komen. Op een hout gestookt kacheltje was hij iets aan het wokken. Bleek bamboe te zijn. Ik vroeg of ik dat eens mocht proeven. Ja hoor zei hij en in een klein kopje kreeg ik wat opgediend. Het was inderdaad heel lekker maar wat hij er ook allemaal aan kruiden ingooide mag Joost weten. Jonge bamboescheuten zijn best lekker, had het al eerder gegeten maar dit smaakte echt verrukkelijk. Daarna naar de stad teruggereden en een lichte lunch genomen. Was omgerekend zo’n 2,25 Euro kwijt! Toen even een plan opgesteld. Ik ben namelijk ontzettend moe en om nu naar het Puta Chuo National Park te gaan en daar weer een stuk te gaan lopen zie ik even niet zitten. Dus is er gekozen voor het Shudu meer. Ook niks mis mee en in ieder geval veel minder vermoeiend.
Gisteren schreef ik al dat eigenlijk de hele stad open gebroken is. Komt ook een beetje omdat in 2014 hier een heel grote brand in het oude centrum is geweest en er heel veel verwoest is. Dat is men weer aan het opbouwen en gelijk zijn ze voorzieningen aan het treffen om dat te voorkomen. Ze hebben namelijk de brand niet kunnen blussen omdat al het water bevroren was. Het oude centrum is wel nog intact, behalve de brandschade dan en ook het hotel waar ik nu ben is al heel oud. Tijdens het rijden rond het meer zagen we soms hele groepen die bij een huis aan het werken waren. Dat is hier gewoon als je gaat verbouwen dan helpt iedereen mee. Zo te zien liepen ze elkaar ook aardig in de weg. Toen ik in mijn hotel arriveerde gelijk maar even mijn bedje opgezocht. Volgens mij heb ik een beetje last van hoogteziekte en dat met mijn ménière kan ik niet hebben. Dus even een rustmoment ingelast. Na een korte pauze toch maar de stad in gegaan en wat te eten gescoord. Tot nu toe mag ik absoluut niet mopperen. Heb eigenlijk nog niet een keer iets te eten gekregen dat ik niet lekker vond.