21. mrt, 2018

Ze mochten niet met hun blote handen aan hun lichaam zitten

Netjes op tijd opgehaald en naar het vliegveld gebracht. Het was druk op de weg en dat is natuurlijk niet zo vreemd want het was half 8 dus de mensen zijn op weg naar hun werk. In het verkeer valt het op dat je als voetganger op een oversteekplaats geen enkel recht hebt. Ze rijden als gekken en stoppen niet. Ik had in Arica van de week al ingecheckt dat ging toen lekker soepel. Inchecken voor 3 vluchten. Moest nu alleen mijn koffer maar afgeven.

Werd opgehaald door, wat ik dacht dat mijn gids was voor vandaag maar, wat later anders bleek te zijn en me alleen naar mijn hotel bracht. De dame vertelde dat een collega van haar mij om 2 uur op zou komen halen om me de hoogtepunten van Arequipa te laten zien. Zij  was daar niet toe bevoegd. En zo gebeurde het ook. Stipt om 2 uur stopte de auto met chauffeur en gids en konden we onze tocht gaan beginnen. De stad ligt op 2325 meter en ik ga het de komende dagen opbouwen wat hoogte betreft. Het is de tweede stad van Peru en ligt zo’n 1000 km van Lima. Arequipa wordt ook wel de witte stad genoemd en ik dacht dat het te maken had met de kleur van de huizen. In de loop der tijd zijn die, vooral in het centrum, wel heel veel van wit materiaal gemaakt maar het heeft te maken met de huidskleur. Toen de Spanjaarden hier kwamen waren zij blanken vergeleken met oorspronkelijke bewoners en daarom werd deze stad de stad van de blanken/witten genoemd.

De vierde leider van de Inca’s, Mayta Capac, kwam tijdens een van zijn reizen hier en riep toen: Ari, quipay en dat betekent: hier blijven we.

Eerst zijn we naar de buitenwijken gegaan en wel Yanahuara en Chilina. Daar vandaan heb je een heel goed zicht op de Misti vulkaan en op de prachtige vallei.

Er zijn hier drie vulkanen en één daarvan is voor het laatst in 2001 actief geweest. Dat was ook een hele heftige want had een 8.9 op de schaal van Richter. Er zijn toen zo’n 300 mensen omgekomen. De stad ligt op een actief gebied van vulkanen en aardbevingen daarom zie je hier ook geen gebouwen boven de 3 verdiepingen.

Op de Plaza des Armas zijn we uitgestapt en tegen de chauffeur gezegd dat hij vrij was. Alles ligt nu binnen een gebied van een km2 en dan kun je beter gaan lopen. Aan het plein staat een schitterende kathedraal met een heel bijzonder orgel. Ik was van plan om dat later te gaan bezoeken maar aan het eind van de officiële rondleiding was het voor het eerst sinds 9 november gaan regenen en aangezien ik alleen maar in mijn truitje liep, leek het me toen geen goed idee om daar naar terug te gaan. Jammer.

Daarna zijn we naar La Compañia gegaan. De jezuïetenkerk met voormalige kloosters, met o.a. een schitterende gevel die in Barokstijl is gemaakt. Maar dan niet zoals we die in Europa zien maar meer afgevlakt. De paus is hier pas geleden nog geweest. Hij is een Jezuïet.

Nog een privé-woning bezocht, La Casa Tristan del Pozo en daar wist de gids hele mooie verhalen over de familie te vertellen. O.a. over een kleindochter Flora Tristan genoemd en ik ga eens zoeken of ik daar meer over te weten kan komen. Was heel interessant. Intussen wel al wat gevonden op Wikipedia. Ze schijnt ook een boek te hebben geschreven over het Santa Catalina klooster en dat zijn we daarna gaan bezoeken. Het voordeel van een privé-gids is dat jij bepaalt wat je wilt gaan bezichtigen.

Het klooster staat midden in het centrum op een ruim 2 hectare groot terrein. Een klein gedeelte hiervan wordt nog steeds bewoond door nonnen. Het werd gebouwd in 1580. Gedurende ruim 400 jaar woonden hier zo’n 450 nonnen die geheel afgesloten waren van de buitenwereld. De meisjes kwamen hier als ze zo’n 12 jaar waren en leefden dan al die tijd in een ruimte, die eigenlijk nog wel redelijk was qua grootte. Ze mochten daar in hun novice tijd drie keer per dag uit. In de ochtend en avond om naar de kapel te gaan om te bidden en 1 uur om op het plein van de buitenlucht te genieten. Na vier jaar werden ze non en kregen ze wat meer vrijheid. Het geheel is net een dorp op zich met kleine straatjes en pleintjes en gebouwen in het blauw en het rood. Vanaf 1970 is het opengesteld voor het publiek. De nonnen die er nu nog leven komen 3 keer per jaar uit hun isolement en dat is o.a. om te stemmen. Een wereld apart. Ze hadden ook een soort badhuis, ter grootte van een klein zwembad en daar mochten ze zich 7 keer per jaar wassen. Dat hield in dat ze dan een tijdje in het water verbleven maar echt wassen was er niet bij want ze mochten niet met hun blote handen aan hun lichaam zitten.

Ter afsluiting van deze dag ga ik eens lekker een warm bad nemen !