25. mrt, 2018

Cola en chips zie je ook hier

We starten weer op tijd om 07.30 en gaan naar de unieke drijvende Uros-eilanden in het Titicaca meer. We zijn met zijn achten en starten met regen. Het is frisjes. Het is al druk in de stad. Vooral op het plein voor de kerk is het een en al bedrijvigheid.
Al snel zijn we bij de boot waar we vandaag op zullen gaan verblijven. We krijgen gelijk dekens aangeboden om ons lekker in te laten pakken. Het is een luxe rondvaartboot met 5 man personeel plus onze gids en wij met zijn achten. Bijna een 1 op 1 verhouding. Het eerste uur blijft het regenen maar daarna klaart het op. Er zijn in totaal ongeveer zo’n 100 drijvende eilanden. Ze zijn oorspronkelijk gebouwd om de Inca’s te ontvluchten. Op ieder eiland leven gemiddeld 4 families van deze waterstam. Zo’n eiland is opgebouwd uit grote brokken die veel weg hebben van turf. Alle brokken worden aan elkaar vastgemaakt en zodoende krijg je een soort vlot. Daar bovenop komen dan, iedere keer haaks op elkaar, grote hoeveelheden riet. Dat kan jaren doorgaan maar als op enig moment de onderkant van het vlot de bodem raakt is het snel gedaan. Alles gaat dan schimmelen en de stank is niet te harden. Als je er loopt, loop je ook een beetje te soppen. Als het te erg wordt komt er weer een nieuwe laag riet bovenop. Op enig moment, gemiddeld zo’n 25 jaar,  moeten ze het vlot verlaten en bouwen ze weer een nieuwe. Alles wat ze in de loop der jaren hebben gebouwd nemen ze dan mee. We hebben een hele uitleg gekregen over de bouw dat werd door de gids gedaan en aangevuld met info van de President. Dat is het hoofd van het eilandje die daar met zijn familie woont. In hun huisje ben ik binnen geweest. Ze leven daar met zijn vieren. Met hun jongste sta ik nog op de foto. De kinderen waren er nu ook want het is zondag. Als je vraagt welk geloof ze hebben dan zeggen ze katholiek maar ze gaan maar 1 keer per jaar naar de kerk. Ze hebben hun eigen rituelen. Ze koken op een vaste plek. Daar zijn eerst stenen aangebracht omdat brand natuurlijk helemaal funest zou zijn. Ze hebben ook een klein soort moestuintje aangelegd met voornamelijk aardappelen. Een keer per week is er in de bergen een markt voor ruilhandel. Er komt geen cent, in dit geval dus sol, aan te pas. De een heeft vlees de ander groente en weer een ander heeft huisraad gemaakt. Aan het hoofd van alle eilandjes staat een Burgemeester die om de 4 jaar wordt herkozen. Dat is nu een vrouw.
Het toilet is heel eenvoudig. Voor de kleine boodschap ga je zitten (of staan) achter je huisje en doe je plas en voor de grote boodschap ga je met het bootje naar een daarvoor aangewezen eilandje. Maakt een gat, doe je behoefte en gooit er wat riet op. Op de eilandjes mogen alleen mensen wonen die daar zijn geboren. Mocht iemand verliefd worden op iemand uit de stad dan zal hij daar moeten gaan wonen. Maar door te trouwen met iemand van een ander eiland worden de eilanden aan elkaar gebonden. Het omgekeerde is ook het geval als er ruzie ontstaat dan snijden ze het stuk van de ruziemakers eraf en ontstaat er een nieuw eiland. Dat is ook de reden dat men niet exact weet hoeveel eilanden er zijn, dat kan van dag tot dag verschillen.
Het probleem dat ze hier hebben is uiteraard de vochtigheid en alhoewel ze bijna voor ieder probleem een plant hebben komt op dit moment suikerziekte veel voor en is een probleem. Komt voornamelijk door het slechte voedsel dat ook hier zijn intrede heeft gedaan. Cola en chips zie je ook hier.

Nadat we alles hadden bezichtigd zijn we met hun zelfgemaakte gondel langs andere eilandjes gaan varen. Deze bootjes waar de onderkant van plastic flessen en jerrycans is gemaakt noemen ze hun Mercedes en de opbouw is verder van afval dat ze uit het water halen en van riet. Ze worden voortbewogen door vrouwen en dat gaat op de manier zoals de gondels in Venetië. In ons geval door getrouwde vrouwen en dat kun je zien door de gekleurde kwasten die aan de uiteinden van hun vlechten zijn vastgemaakt.

We gaan daarna weer verder naar het Taquile eiland en dat is ongeveer 1,5 uur varen en ligt zo’n 45 kilometer verwijderd van de stad. Het heeft een oppervlakte van een kleine 6 km2. Onze stuurmannen hebben er zin in. We scheuren over het water en of het nu komt door de behoorlijk schommelende bewegingen (ik had de nodige medicijnen ingenomen) of door de hoogte waar we zitten maar er moeten er weer een paar aan de zuurstoffles. Gelukkig zijn er 2 aan boord. Het meer is het hoogst gelegen meer op 3.800 meter. Het eiland staat op de Unesco-lijst en er wonen ongeveer 3.000 mensen. De meesten hoog in de bergen. Er zijn geen wegen, alleen maar paden. Er is ook geen enkele vorm van vervoer zelfs geen fietsen.
De bevolking leeft hier volgens een efficiënt en uniek sociaal systeem. We lopen naar boven en dat is toch al gauw zo’n 300 meter, lijkt niet veel maar is best heavy daarna over rotsen en gelukkig ook stukken weiland naar beneden naar ons restaurant. Na het eten moeten we dan maar 5 minuten lopen want in een baai is een steiger aangelegd en daar komt de boot naartoe.
Eenmaal bij het restaurant aangekomen krijgen we een demonstratie van weven en van breien. Het bijzondere van het breien is dat het door mannen gebeurd. Ze hebben ook  in de loop der jaren bijzondere handweeftechnieken eigen gemaakt en staat bekend als de hoogste kwaliteit van Peru. De vrouwen weven ook de mooie brede banden die ze om hun middel dragen en door iedereen wordt gedragen. De achterkant daarvan is vaak van mensenhaar. Zodra een vrouw trouwt knipt de man het haar van de vrouw af en gaat ze daar mee aan de slag. Het lange van de vrouwen hier dat je hier op dit eiland ziet zijn bijna allemaal pruiken. De inwoners zijn Taquileans en spreken geen andere taal dan Puni Quechua.


Het eten is weer voortreffelijk en, ik had al gezien dat onze boot niet aan de steiger lag, kregen we de mededeling dat we dezelfde weg terug moesten want het water was te ruw om aan te leggen in de baai. Eerlijk gezegd ben ik mezelf toen wel een paar keer tegengekomen en vraag me af of ik volgende week wel de Machu Pucchi op moet gaan lopen. Ik heb inmiddels wel een permit maar ik moet er nog eens over denken en natuurlijk speelt de conditie ook mee. Misschien toch maar voor het vervoer kiezen.
Helaas hebben we geen flamingo’s gezien. Deze worden allemaal geboren in Chili en als de kleintjes dan groot genoeg zijn komt het hele gezin weer deze kant opgevlogen. Zij hebben ook iets te maken met de kleur van de vlag van Peru. Er moest een vlag komen en de staatsman Martin lag in de bergen wat uit te rusten en te bedenken welke kleuren die zou moeten hebben en toen hij zijn ogen opende vlogen er een aantal flamingo’s langs en gelijk wist hij het, het moesten de kleuren rood en wit worden.